Europese Unie

De institutionele hervorming van de Europese Unie

Trefwoorden

Acquis communautaire, bevoegdheden, blokkeringminderheid, cohesie, communautaire methode, decentralisatie, democratisch gehalte, denkpatronen, directorium, efficiëntie, Europees belang, Europees Volk, eurogroep, evenredigheid, harmonisatie, hervormingsverdrag, initiatiefrecht, institutionele driehoek, intergouvernementele methode, federalisme, finaliteit, functionalisme, grondwettelijk verdrag, instellingen, integratie, legitimiteit, meerlagig bestuur, meerwaarde, open coördinatiemethode, politiek project, procedures, rechtsorde, samenwerkingsmodel, stabiliteitspact, subsidiariteit, supranationaal, Verdrag van Lissabon, verzoeningsmodel, vrijhandelszone, wijzigingsverdrag

Doordenkers

Samenvatting

Snel tempo. De institutionele hervormingen van de Europese Gemeenschap en later de Europese Unie hebben elkaar vooral de laatste twintig jaar in versneld tempo opgevolgd. Hiermee werd tegemoet gekomen aan de vraag naar meer slagkracht voor de Europese Unie.

Potentieel. De Europese Unie heeft al haar dromen nog niet gerealiseerd. In veel domeinen toont de EU nog niet haar vol potentieel. Hoe concreter de EU wordt, des te meer zal er moeten worden afgestemd.

Versterking van de instellingen. Doelmatigheid moet toenemen in volgende domeinen: eenheidsmarkt, energiebeleid, fiscaliteit, monetaire unie, politieke unie, burgerschap, justitie en binnenlandse zaken, externe veiligheid en buitenlands beleid. Volgende beleidsaspecten vragen onmiddellijke aandacht: macro-economisch beleid, een werkzaam innovatieklimaat, duurzame groei, tewerkstelling, vergrijzing, globalisering, mondiale veiligheidsrisico's en opwarming van de aarde.

Doelstellingen ruimer. De doelstellingen van de Unie worden verder uitgebouwd. Toenemende lotsverbondenheid en gemeenschappelijk belang vragen om doelmatige instellingen, goed bestuur en soepele procedures die toelaten om te reageren op de aanstormende uitdagingen voor de Unie.

Kernvragen. Voor Wilfried Martens, oud-premier en voorzitter van de EVP, moeten pro-Europeanen zich volgende drie vragen stellen: 'Willen wij een Europa dat in de wereld opkomt voor zijn waarden? Willen wij een economisch sterk Europa? Willen wij een Europa dat billijk is en sociaal rechtvaardig?

Het onvermijdelijke. Van de Unie mag worden verwacht dat ze bekwaam is om het hoofd te bieden aan nieuwe uitdagingen. Het louter afwijzen van aanpassing is onbegrijpelijk, omdat de motieven blijk geven van een kortetermijnvisie en een tekortschietend Europees leiderschap. De EU is beter uitgerust om de uitdagingen gezamenlijk aan te pakken, dan de lidstaten elk voor zich.