De Europese Unie: een speler van wereldformaat?

Trefwoorden

Gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB), hard power, intergouvernementeel, invloedsfeer, Petersbergtaken, multilateralisme, nabuurschap, soft power, waarden en normen, wereldmacht,

Doordenkers

- Hebben de lidstaten baat bij verder onafhankelijk optreden?

- Geeft een gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, met gedeelde soevereiniteit, een nieuwe inhoud en draagkracht aan het buitenland beleid van de lidstaten?

- Welk gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid past best bij de doelstellingen van de EU?

- Kan de Europese Unie (EU) haar rol als wereldspeler nog ontlopen?

- De EU zal als 'lichtgewicht' evenmin haar economische belangen kunnen
behartigen.

- Als de EU actiever bijdraagt tot de veiligheid in de wereld, zal het beter voor
de eigen veiligheid kunnen zorgen.

Inleiding

'De lidstaten blijven op hun soevereiniteit staan en zijn enkel bereid hun buitenlands en veiligheidsbeleid Europees te coördineren, niet om de Unie in hun plaats zeggenschap te geven'.
Bernard Bulcke, De Standaard van 08/06/2006

Historiek. In het Verdrag van Maastricht (1992) en in het Verdrag van Amsterdam (1996) werden een Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid (GBVB) en een Europees Veiligheids- en Defensiebeleid (EVDB) (juni 1999) geformuleerd. Deze initiatieven beogen om op het internationale toneel met één stem te spreken, de Europese en internationale veiligheid te versterken, de gemeenschappelijke waarden te vrijwaren, de vrede te handhaven, de democratie, de rechtsstaat en de internationale samenwerking te bevorderen.


Omvang. Neemt de invloed van de Europese Unie in de wereld toe? De EU is onmiskenbaar een van de grootste handelspartners ter wereld en een demografische reus (500 miljoen inwoners). Door het integratieproces, w.o. de interne markt, de euro, de uitbreiding en de langzame ontwikkeling van een gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) zou de EU meer politiek en diplomatiek aanzien moeten krijgen.

'De EU is onmisbaar in een mondialiserende wereld'.
Lionel Jospin, ex-premier van Frankrijk

Diverse taken. De behartiging van handel, veiligheid, ontwikkelingshulp en politieke conflicten bepaalt niet alleen het buitenlands beleid van de EU. Ook armoedebestrijding, kwijtschelding schulden van de armste landen en humanitaire hulp, maar ook aids, honger, migratie, drugs, terrorisme en internationale criminaliteit moeten gezamenlijk worden aangepakt. Dankzij de financiële middelen van de EU en haar economisch en politiek gewicht, kan de EU een positieve invloed uitoefenen. De Europese Unie kan een unieke rol vervullen, die geen andere grote mogendheid voorlopig kan of wil overnemen.

'Om in staat te zijn met één stem tot de buitenwereld te spreken, moet de Unie binnenin sterk zijn'.
Louis Michel,ex-Europees commissaris voor Ontwikkelingssamenwerking

Veiligheid en stabiliteit. De EU raakt meer en meer betrokken bij veiligheidskwesties. Deze hebben voornamelijk betrekking op het handhaven van vrede en stabiliteit in regio's die aan haar invloedsfeer grenzen of op kwesties die de vrede in het Midden-Oosten beïnvloeden. Hierbij zet de Europese Unie militaire middelen in, niet om oorlog te voeren, maar om soft power in te zetten, onder de vorm van humanitaire taken, vredeshandhaving en herstel van democratische structuren (Petersberg-taken).

Petersberg. In de Verklaring van Petersberg (nabij Bonn) beloven de lidstaten van de WEU militaire eenheden ter beschikking van de EU te stellen, met het oog op:
- humanitaire opdrachten of het evacueren van onderdanen.
- vredesopdrachten.
- acties in het kader van crisisbeheersing, inclusief het herstel van de vrede.

'Wie een (Europees) buitenlandse politiek wil, moet bereid zijn om zijn veto op te geven'.
Hendrik Vos, prof. UGent

Beslissingen. De Europese Raad beslist met eenparigheid van stemmen over de gemeenschappelijke strategieën. De Raad van ministers van Buitenlandse Zaken adviseert de Europese Raad over gemeenschappelijke strategieën en is belast met de uitvoering van deze strategieën door gemeenschappelijke standpunten of acties goed te keuren. Over de uitvoering kan worden beslist met een gekwalificeerde meerderheid. De Hoge Vertegenwoordiger voor het Buitenlands beleid wordt bijgestaan door een Cel voor Beleidsplanning en Vroege Waarschuwing. Deze Eenheid controleert, analyseert en evalueert alle GBVB-dossiers.

Weinig instellingen. De rol van de Europese instellingen in de Tweede pijler is beperkt. De Commissie wordt soms betrokken bij de werkzaamheden op dit gebied, maar zij heeft geen initiatierecht. Het Europees Parlement mag wel eens een advies geven. Het Hof van Justitie is niet bevoegd. In verband met het buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU is er meestal een zeer gezwollen retoriek in de Europese Raad of Raad van ministers. Van effectiviteit en geloofwaardigheid is er geen sprake. Consensus is er bijna nooit en het besluitvormingsproces is ondoelmatig.

Nieuwe instrumenten voor externe hulp. De Europese Commissie keurde vier nieuwe instrumenten voor externe hulp goed voor de volgende financiële programmatie (2007-2013):
- pre-toetredingsinstrument: bedoeld voor Turkije, Kroatië en de westelijke Balkan en zal de instrumenten PHARE, ISDPA, SAPARD en CARDS vervangen;
- het Europees instrument voor nabuurschap en partnerschap voor de landen van de Middellandse Zee, Oekraïne, Moldavië, Wit-Rusland en de Kaukasus; het vervangt MEDA en deels TACIS;
- instrument voor ontwikkelings- en economische samenwerking: vervangt het Europees ontwikkelingsfonds;
- stabiliteitsinstrument: komt tussen bij crisis of instabiliteit in derde landen of bij grensoverschrijdende uitdagingen zoals veiligheid, nucleaire non-profileratie, strijd tegen georganiseerde misdaad en terrorisme .
(Agence Europe – 30/09/2004)

Vormen van het GBVB:
- Gemeenschappelijke strategieën (daar waar er gemeenschappelijke belangen zijn: bv. Rusland, Oekraïne en het Middellandse Zeegebied).
- Gemeenschappelijke acties : voor operationele acties van de EU.
- Gemeenschappelijke standpunten van de EU.
- Systematische samenwerking : de lidstaten zijn verplicht elkaar te informeren en overleg te plegen over elk vraagstuk dat verband houdt met het GBVB. (2004)

Intergouvernementeel. Het buitenlands beleid van de Europese Unie blijft voorlopig nog een exclusieve intergouvernementele aangelegenheid, behalve voor handelsbeleid en humanitaire hulp. Het huidig buitenlands beleid van de EU komt tot stand bij eenparigheid van beslissing in de Raad. Met 27 lidstaten, die meestal tegenstrijdige nationale belangen vertegenwoordigen of denken te moeten verdedigen, is een eensgezind optreden meer de uitzondering dan de regel.

'Op het vlak van de grote internationale politiek ziet het er naar uit dat de Unie nog lang een politieke dwerg zal blijven. Of beter nog, zal blijven wat het nu is'.
Michel Theys, journalist

Ruim mandaat. Een gezamenlijk buitenlands en veiligheidsbeleid impliceert een ruim Europees mandaat waarbinnen dat beleid wordt uitgewerkt en uitgevoerd. Zeker niet de stap per stap benadering, waarin moeilijk overeenstemming wordt bereikt. Voor de buitenwereld is dit geen geloofwaardig model en wordt de EU dan ook niet als een volwaardig gesprekspartner aanzien.

'Het is niet denkbaar dat we bijvoorbeeld een Europees buitenlands beleid of een Europese defensie maken zonder de Britten. We moeten dus het politiek Europa heruitvinden, maar het drama is dat dit niet kan zonder de Britten'.
Professor Mark Eyskens, minister van Staat, ex-premier en voormalig minister van Buitenlandse Zaken


Institutioneel. In de jaren zeventig begon de EU humanitaire hulp te verstrekken. Het Verdrag van Maastricht (1992) neemt expliciet het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) op onder de tweede pijler. Dat beleid moet de EU in staat stellen op te treden daar waar de belangen van de EU in het gedrang komen. Inmiddels houden zes afdelingen van de Europese Commissie zich bezig met de implementatie van dit beleid. Voor de politieke aspecten zijn er de Hoge Vertegenwoordiger voor Externe Relaties van de EU en de Raad van ministers van Buitenlandse Zaken.

Kenmerken. Snelle economische en politieke veranderingen nopen de EU om de prioriteiten van haar buitenlands beleid voortdurend aan te passen. Anderzijds wensen vooral de grote lidstaten nog steeds een zelfstandig buitenlands beleid te voeren. Dit verklaart de tergend trage ontwikkeling van een gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid. Toch kan de EU hoe langer of minder ontsnappen aan een gemeenschappelijk buitenlands beleid, zowel in haar eigen belang als in het belang van derden.

'Vrede vereist ettelijke keren meer moed dan oorlog'.
Bart Sturtewagen, De Standaard

Vernieuwende inhoud. Het buitenlands beleid van de Europese Unie heeft een aantal vernieuwende kenmerken. De EU bevordert multilateralisme, waar mogelijk. Een EU-beleid kan de neigingen naar hegemonie bij grote Europese lidstaten beperken. Lidmaatschap van de EU betekent 'onmogelijkheid' voor een lidstaat om 'oorlog' te voeren met een andere lidstaat.

'China, Japan, India en andere landen verwachten Europees leiderschap omdat ze de Amerikaanse hegemonie beu zijn'.
Stanley Crossick/EPC, uit Times of Oman in European Voice - 3/5/2007

Meerwaarde. Voorgaande combinatie van kenmerken is nieuw en uniek. De Europese Unie wil in de wereld optreden als bruggenbouwer, steunverlener, verdediger van ethiek en mensenrechten, wederzijds begrip, vreedzame oplossing van conflicten. Deze goede bedoelingen kunnen alleen uitvoering krijgen indien de EU eendrachtig optreedt en met één stem spreekt. Toch is de interne verdeeldheid van de Europese Unie inzake het buitenlands en veiligheidsbeleid nog steeds zo zichtbaar dat haar politieke invloed niet in verhouding staat tot de financiële steun die de Unie gul beschikbaar stelt. Hieruit mag worden geconcludeerd dat niet de ingezette financiële middelen invloed verlenen, maar wel een daadkrachtig en eendrachtig optreden.

'Van alle statelijke prerogatieven leent het veiligheids- en defensiebeleid zich het moeilijkst tot een gemeenschappelijke Europese benadering'.
Javier Solana, Hoge Vertegenwoordiger voor Externe Relaties van de EU in EUROPAbericht nr 319 – oktober 2007

Geloofwaardig. Eén Europees buitenlands beleid willen met één Europees minister van Buitenlandse Zaken is onrealistisch, zegt Chris Patten, voorzitter van de universiteit van Oxford en gewezen Europees commissaris. Het buitenlands en veiligheidsbeleid raakt het hart van een natiestaat, veel meer dan zelfs de meest delicate economische kwesties dat doen. Maar ik denk niet, zegt hij, dat de lidstaten ooit naar een echte oorlog zullen gaan louter op aandringen van een Europees vertegenwoordiger. (De Standaard – Mia Doornaert – 24/03/2007)

Europa supermacht. Er is een onderscheid tussen superstaat en supermacht. Dat eerste zal zich niet voordoen. Europa is er nu al te groot en te divers voor. Tony Blair zegt: geen superstaat, maar wel een supermacht. Misschien, maar met heel specifieke eigenschappen. Europa kan eenvoudigweg geen gerichte macht uitoefenen, zoals de Verenigde Staten, China of India dat kunnen. De macht van Europa is complexer en diffuser. (De Standaard – Timothy Garton Ash – 14/7/2007)

'De consensusvoorwaarde staat in de weg van een coherent en bindend Europees extern beleid'.
John Wyles, European Voice, 4/4/2007

De praktijk van het Europees beleid. De EU zal binnenkort (na de ratificatie van het Verdrag van Lissabon) beschikken over een Dienst Externe Actie (External Action Service of ook RELEX genoemd). Deze dienst zal geleid worden door de Hoge Vertegenwoordiger voor Externe Relaties van de EU. De Hoge Vertegenwoordiger zal zowel geld als de besluitvormingscapaciteit van de EU samenbrengen. Als deze institutionele stap kan worden toegejuicht, dan blijft de politieke (on)wil om de noodzakelijke beleidsveranderingen door te voeren bestaan.

Effectiviteit buitenlands beleid. Zouden de voorzieningen van het Verdrag van Lissabon Europa de middelen hebben gegeven om de Georgische crisis beter aan te pakken? Wat zou een voorzitter van de Europese Raad meer hebben kunnen doen dan hetgeen Sarkozy deed? Zouden de andere leden van de Raad hem de vrije hand geven? Dat is te betwijfelen. Toen Sarkozy in Moskou was om te onderhandelen met Rusland namens de EU had hij groot bezwaar tegen de aanwezigheid van Barroso en Solana. Dat belooft in ieder geval voor de toekomst. (september 2008)

Europese diplomatieke dienst. Als het Verdrag van Lissabon in werking treedt dan krijgt de Hoge Vertegenwoordiger voor Externe relaties voor Europa de beschikking over een eigen diplomatieke dienst. Het Europees Parlement is bevreesd dat de nieuwe voorzitter van de Europese Raad de Europese dienst Externe relaties onder zijn hoede neemt. Zodoende vindt er een overdracht van bevoegdheden plaats ten nadele van de Europese instellingen en speciaal van de Europese Commissie. (5/2008)

Valkuilen voor Europees extern beleid. Een manier om beter greep te krijgen over een Europees extern beleid, gekenmerkt door samenhang, effectiviteit en zichtbaarheid, is de poging om succesvolle interne beleidsdomeinen (met een impact in de rest van de wereld, zoals concurrentie- en uitbreidingsbeleid) te verbinden met rammelende buitenlandse actie. Samenwerking tussen de Hoge Vertegenwoordiger en de Commissarissen is daar belangrijk. Controle over de samenhang van de prioriteiten van het interne en het extern beleid is dan ook aangewezen. Ook de beleidsplanning en de analysecapaciteit moeten worden verbeterd. Alleen volstaan instrumenten en institutionele afspraken niet. Politieke overeenstemming onder de lidstaten moet er ook zijn, zeker over de belangrijkste onderwerpen van het buitenlands beleid. (2009)

Onderling wantrouwen. De grote lidstaten blijken weinig belangstelling te tonen om extern beleid via de Europese Unie te voeren. Anderzijds vrezen de kleine landen de oprichting van een feitelijk triumviraat. Er heerst dus nog veel onderling wantrouwen. De uitbreidingen hebben dit wantrouwen nog vergroot (2004). Erger nog, is de manier hoe Europese regeringsleiders, in hun initiatieven om internationale problemen op te lossen, in onderlinge mededinging treden teneinde macht en aanzien voor zichzelf te vergaren (Moskou, Peking, Cairo, Teheran, e.a.). Hierbij projecteren zij verdeeldheid, verwarring en hun vastberadenheid om de Europese Commissie op de achtergrond te houden. (2009)

Een kans voor Europa. Nogal wat derde landen verwachten van Europa leiderschap. Ze zijn de Amerikaanse hegemonie moe. Dat betekent nog niet dat Europa in een globale wedloop moet treden met de VS. Het moet een waarachtig transatlantisch partnerschap nastreven. Om dit te doen moet Europa bereid zijn hierin te investeren en een gemeenschappelijk (geen eenvormig) beleid te voeren. Zonder dat beleid kunnen de echte uitdagingen – globalisering, energieveiligheid, klimaatwijziging, strijd tegen de armoede – niet worden aangepakt. Dat is zonder twijfel moeilijk accepteerbaar voor de Europese regeringsleiders, maar het is wel in het algemeen belang. (European Voice – Stanley Crossick, EPC – 3/5/2007)

Welke verwachting? Van de Europese Dienst voor Extern Optreden wordt verwacht dat hij op een coherente en veelzijdige manier de verwachtingen in zowel het interne als het externe beleid doet samenvloeien. (18/7/2010)

'Het is pure fantasie te denken dat een Europees land, zelfs het machtigste land in de Unie, op zichzelf nog iets betekenisvol kan doen in de wereld vandaag'.
Javier Solana, voormalig Hoge Vertegenwoordiger voor Extern beleid (Dit was 2009 - De Tijd)

Europese Dienst voor Extern Optreden. Catherine Ashton, Hoge Vertegenwoordiger voor het Extern beleid, zoekt haar weg om de Europese Dienst voor Extern Optreden (EDOE) te organiseren. Van bij de aanvang werd het getouwtrek, met als inzet: wie zal deze dienst controleren? Als uitgangspunt werd aangenomen dat deze dienst een autonome Europese instelling zou worden, onafhankelijk van de Commissie en de Raad. Het Parlement wenst ook volledige controle over het budget van de dienst als deel van het democratisch toezicht. De dienst zal in de aanloopfase zo'n 1500 personen tellen. Ashton krijgt een secretaris-generaal (de Fransman Pierre Vimont) met twee adjuncten (de Duitse Helga Schmid en de Pool Mikolaj Dowgielewicz). De Ier David O'Sullivan wordt hoofd van de Administratie. Daarnaast zijn er zes thematische of geografische geledingen. Ashton sleepte met de Commissie een compromis uit de brand dat haar de leiding geeft over alle strategische beslissingen en de budgettaire enveloppen. De uitvoering op het terrein blijft in handen van de Europese Commissie. (3/2010) Om de Hoge Vertegenwoordiger te kunnen blijven controleren zullen de permanente vertegenwoordigers van de nationale staten de nota's over het extern beleid blijven voorbereiden. (Libération - 25/10/2010 - J. Quatremer)

Officiële start voor EDEO. Commissie, Raad, Parlement en Hoge Vertegenwoordiger bereikten op 26 juli 2010 een globaal akkoord. Hierdoor kan de EDEO officieel van start gaan op 1 januari 2011. De EDEO zal intrekken in een apart gebouw (The Capital) nabij het Schumanplein. De burgerlijke en militaire crisisbeheerorganen (SitCen, hoofdkwartier EU, civiele capaciteitsplanning, crisisbeheer en planning) zullen elders worden ondergebracht. Ze zijn geen deel van het organigram van de EDEO (zoals door het Parlement gevraagd), maar zullen direct rapporteren aan de Hoge Vertegenwoordiger en haar secretaris-generaal. Zodoende kan er geen 'communautarisering' van de militaire aangelegenheden plaatsvinden en zullen noch de Commissie, noch het Parlement zich hiermee kunnen bemoeien. (26/7/2010) Het secretariaat-generaal van de Raad zal het budget van de militaire operaties blijven beheren. Op 20/10/2010 bereikten Raad en Parlement een akkoord over het personeelsstatuut en de begroting van de EDEO.

Ontwikkelingsbeleid. De nieuwste afspraken voor dit beleidsdomein houden veel conflictstof in. De huidige diensten van de Commissie zullen worden opgesplitst en deels opgaan in de EDEO. Kwesties in verband met het Europees Ontwikkelingsfonds en het samenwerkingsinstrument voor Ontwikkeling zullen voortaan door de Hoge Vertegenwoordiger en de commissaris voor Ontwikkelingshulp samen worden behandeld. (18/7/2010)

Het nut van partnerschappen? Er bestaat geen definitie wat een partnerschap eigenlijk betekent. Herman Van Rompuy bevestigt wel dat Europa strategische partners heeft, maar dat het een strategie behoeft die toelaat met die partners om te gaan. De Europese top van september 2010 bevestigt dat strategische partnerschappen nuttige instrumenten zijn om Europese doelstellingen en belangen na te streven. Dit kan enkel werken bij tweerichting verkeer gesteund op wederzijdse belangen en baten en de erkenning dat beide partners rechten en plichten hebben. Dit houdt in dat Europa ook een politiek kapitaal moet opbouwen uit de belangrijke bedragen die het in het buitenland beschikbaar stelt. Die invloed komt er maar via voorzichtige en ouderwetse diplomatie. (European Voice - 14/10/2010 - T. Vogel)

Wie maakt zich zorgen om EU? De vraag die zich buitenstaanders kunnen stellen wat Europa denkt over wereldgebeurtenissen is niet langer de Henry Kissingers' gekende 'wie moet ik bellen?', maar wel 'waarom zou ik bellen?'. De VS blijven het land dat echt de doorslag geeft. (European Voice - Wilder - - 24/03/2011)

Voorwaardelijk beleid. De Europese Commssie wil voortaan de ontwikkelingshulp meer concentreren bij een kleiner aantal begunstigden en er meer voorwaarden aan verbinden, in toepassing van haar 'Agenda for change', die het op 12/12/2011 goedkeurde. In 2010 werden iets meer dan 11 miljard euro toegekend als hulp. Een van de vernieuwingen is het begrip 'gedifferentieerd partnerschap'. Hierin hangt de hulp af van de administratieve bekwaamheid van de recipient en zijn bereidheid tot hervorming. De nadruk op deugdelijk bestuur schept striktere voorwaarden dan voorheen. Toch zal de nieuwe aanpak het doel van de uitroeiing van de armoede niet verzwakken. (European Voice - T. Vogel - 13/10/2011)

Diplomatenopleiding. Europese en diplomatieke studies zijn een redelijk nieuwe niche in het hoger onderwijs. Het Europa College startte ermee in 2006. Het was niet zomaar buitenlands beleid in de klassiek betekenis, maar ook de externe aspecten van intern beleid kregen een groeiende belichting. Ook praktische bekwaamheden komen aan bod: internationale onderhandelingsanalyse, projectbeheer, politieke risico-analyse en public relations. De studenten moeten ook een nieuwe taal leren. Andere gereputeerde instellingen zijn: de universiteit van Leiden, Clingendaal in Den Haag en de universiteit van Oxford. (European Voice - IM - 20/10/2011)

Welke Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO)? De eerste 12 maanden van de EDEO, zou voor de Hoge Vertegenwoordiger voor het Externe Beleid, Catherine Ashton, een unieke gelegenheid moeten zijn om een visie over de aard van de diplomatieke dienst te schetsen. Het kenmerkende karakter met prioriteiten en middelen, die aan de doelstellingen zijn aangepast, formuleren. Ze zou best een strategisch plan uitwerken, voor haar mandaat ten einde loopt. Een strategisch plan volstaat niet: ook leiderschap en politieke steun zijn nodig, intellectueel leiderschap, vernieuwing en een oog voor kansen. De EU heeft er alles bij te winnen door pro-actief te zijn en invloed op korte termijn na te streven. Zo niet zal de EDEO blijven improviseren en zal het beleid renationaliseren. (European Voice - Thomas Rainer/Richard Whitman van Chatman House - 24/11/2011)

Effect van de eurocrisis? De crisis van de eurozone heeft niet alleen een verwoestend effect op Europa, maar heeft ook het externe beleid van Europa beschadidgd, even als de vooruitzichten voor het komende decennium. De crisis heeft het aanzien van Europa verminderd in die mate zelfs dat Europa niet meer aanzien wordt als een deel van de oplossing, maar eerder een groot probleem op zichzelf wordt. Erger nog, er is een hernationalisering van het externe beleid van Europa. Tenzij de eurocrisis wordt opgelost, zal de marginalisering van de EU verder gaan. De samenwerking, die er zal zijn, zal zich waarschijnlijk buiten het EU-kader plaatsen. Een verdieping van de integratie binnen een 'harde kern' kan eventueel de ontwikkeling van een extern- en veiligheidsbeleid binnen een federale eurozone opnieuw stiumuleren. (European Voice - S. Lehne - 20/11/2012

Gevolgen van de sancties. De VS- en EU-sancties, die Iraanse banken, handel en gasexport viseren, verlammen de Iraanse economie en verzwakken de onderhandelingspositie van Iran. De sancties tegen Iran zijn een voorbeeld geworden van een effectief multilateralisme, een praktische realisatie van een op regels gebaseerd internationaal systeem. (European Voice - F. Tassinari - 10/01/2013)

'The EEAS is innovative in the best traditions of the EU,
mixing national and supranational prerogatives as well as
finding novel solutions for national diplomatic service.
And yet, something is not working'

Ryszarda Formuszewicz, analiste van PPIIA

EEAS nog steeds in wording. Toen de Europese Dienst Externe Actie(Buitenlandse zaken) in 2020 werd opgericht werd afgesproken de Dienst midden 2013 te evalueren. De organisatie blijft nog steeds in een overgangsfase. Het mandaat van de Externe Dienst wordt vormgegeven volgens de behoeften die het beleid ontmoet. De vraag of deze Dienst werkelijk 'een politieke dimensie' toevoegt aan de externe relaties wordt nog steeds betwist. Minimalisten en maximalisten staan nog steeds lijnrecht tegenover elkaar. Zijn daadkracht kan maar toenemen door verdragswijziging. 'Ambitieuze doelstellingen kunnen maar worden gehaald als hiertoe de middelen voorhanden zijn. Deze evaluatie moet worden aangewend om een consensus te bereiken over het mandaat en de rol die aan deze Dienst wordt weggelegd. Niets minder dan een 'New Deal' is dus nodig tussen de belanghebbenden, namelijk tussen de Externe Dienst en de Commissie en betere ondersteuning door de lidstaten. Dit houdt in dat de taken van het Europees Buitenlands- en Veiligheidsbeleid en de niet-EBVB-taken op elkaar worden afgestemd. Deze heroriëntatie zou moeten leiden tot een grotere rol voor de Externe Dienst in de externe dimensie van intern EU-beleid. De Externe Dienst moet de gelegenheid om coherentie te bevorderen benutten. De Dienst zou zijn 'coherentie-mandaat' veel meer tussen het nationale en het EU-niveau moeten gebruiken om de belangrijkste diplomatieke uitvoerder in de EU te worden door de wederzijdse informatie-uitwisseling, samenwerking en coördinatie, het concipiëren en voorstellen van nieuwe beleidsconcepten, en de pro-actieve bevordering van externe actie die zich over alle domeinen uitstrekt', stellen Jan Wouters (prof. KUL) en Bart Van Vooren (prof. UKopenhagen). (European News - 4/07/2013)

VS steken hand uit naar Rohani. De VS hebben na het aantreden van de nieuwe Iraanse president Hassan Rohani laten verstaan dat ze openstaan voor een betere verstandhouding met Iran. Onder het presidentschap van Mahmoud Ahmadinejad was de relatie tussen de twee landen erg verzuurd. Tijdens zijn inauguratie toespraak had Rohani zelf al de VS en de EU gevraagd om de taal van sancties achterwege te laten tijdens de onderhandelingen over het nucleaire programma van Iran. (De Tijd - S. Hanegreefs - 6/08/2013

Optimisme botst op scepsis. De nucleaire deal met Iran is een eerste, kleine stap naar een definitieve oplossing. Het optimisme bloeit op, maar ook de scepsis is groot. En dan moet het moeilijkste nog beginnen. De Britse Ashton lag aan de basis van de doorbraak. Zij leidde de finale onderhandelingen en had als enige het volledige overzicht over het ingewikkelde overleg. Ashton werd onder de lof bedolven. Wat nu op tafel ligt is slechts een tijdelijke regeling bedoeld om vertrouwen te wekken. Het Iraanse regime kan meteen bewijzen dat het helemaal niet uit is op kernwapens. Teheran belooft de komende zes maanden de verrijking van uranium aan banden te leggen. Het zal geen verrijkt uranium boven de 5% produceren en de voorraad verrijkt uranium boven de 20% - dat voor kernwapens kan dienen - wordt gehalveerd. De VS en Europa beloven een reeks sancties op te heffen. Teheran moet de daad bij het woord voegen, anders worden de sancties weer opgeschroefd. De ambities zijn alvast groot en de onderhandelaars hebben zichzelf een jaar gegeven om een definitief akkoord te bereiken. (De Tijd - E. Ziarczyk - 26/11/2013)

'Europe doesn't have a foreign policy...
Europe has a foreign-policy process'

Zbigniew Brezinski, voormalige VS-Buitenland beleidsmaker

Diplomaat zonder vleugels. Catherine Ashton staat aan het hoofd van een van de grootste diplomatieke netwerken ter wereld. Een organisatie die in vier jaar uit de grond is gestampt, wereldwijd 139 delegaties telt en 7.000 man personeel telt (waarvan 3.400 in de delegaties). Toch heeft de EEAS (European External Action Service) nog geen diepe indruk gemaakt. Vorige week zag Oekraïne af van een belangrijk samenwerkingsverdrag. Ontbrak het Ashton aan strategisch inzicht? In Genève had Ashton méér succes. Alleen Ashton had het vertrouwen van alle partijen. Daar werd er afgelopen week, dankzij haar inzet, een akkoord gesloten over het Iraans nucleair programma. Gaf Ashton, niettegenstaande dit succes, voldoende blijk van ambitie? Is zij een voldoende ervaren en inspirerende persoon? Of zou iedereen het met zo'n baan moeilijk hebben gehad? Dat Europa méér buitenlands beleid kan gebruiken, is duidelijk. (De Standaard - S. Alonso - 30/11/2013)

'De belangrijkste voorwaarde om wereldwijd
economisch leiderschap uit te oefenen is omvang'

prof. Harold James en Domenico Lombardi, dir. CIGI

'Een louter economische eenheidsmarkt is geen antwoord op (externe) dreigingen,
Europa moet politiek met één stem kunnen reageren'

David Engels, docent ULB

Wie kan wereldleiderschap uitoefenen? Hoe groter de economie hoe groter haar systemisch belang en des te meer invloed haar politieke vertegenwoordigers op de internationale besluitvorming hebben. Ook de economische toekomstperspectieven zijn belangrijk bij dit leiderschap. Een andere kernvereiste voor wereldwijd leiderschap is controle over handels-, monetaire en financiële domeinen. De eurozone beantwoordt aan die drie voorwaarden. Een echte wereldleider moet in staat zijn wereldwijde economische structuren waarin staten en markten werkzaam zijn te ontwerpen en te verbinden met elkaar. De VS doen dit reeds 70 jaar lang. De overtuiging dat een eenheidsmunt en een gemeenschappelijke kapitaalmarkt de financiële instellingen zou ondersteunen was de drijvende kracht achter de oprichting van de eurozone. Door het ontbreken in de eurozone van een 'single debt instrument', gelijkwaardig aan de US-Treasury bill, veroorzaakte een verschil in de rente betaalbaar voor de openbare schuld van de lidstaten. Interbankaire leningen trokken zich terug binnen de nationale grenzen en de gedachte van een Europese kapitaalmarkt desintegreerde. Europeanen en Chinezen moeten zich de vraag stellen of ze de risico's op zich willen nemen door zich centraal op te stellen in een complex wereldwijd financieel systeem. Controle over het systeem is de prijs voor zulk een leiderschap. (European Voice - prof. Harold James en Domenico Lombardi, directeur CIGI - 5/12/2013)

 

Heeft de EU een leger nodig? NAVO-EU
Het Europees nabuurschapbeleid
Strategische samenwerking EU en VS
Strategische samenwerking EU en Rusland
Strategische samenwerking EU en China
Strategische samenwerking EU en India
Strategische samenwerking EU en VN
Euro-Medbeleid
EU-Midden-Oostenbeleid
EU-Iranbeleid
Rakettenschild: Rusland en de EU
Poolgebieden

(25/09/2014)