Documenten

Aristide Briand,
Memorandum over de organisatie van een
Europese federale Unie, 1930

"De jongste jaren heb ik me actief ingezet voor de propaganda voor een idee, dat men als edelmoedig heeft bestempeld, allicht om het niet onvoorzichtig te moeten noemen. Dat idee is al vele jaren oud en heeft de verbeelding beroerd van wijsgeren en dichters, die er waardering voor gekregen hebben. Inmiddels heeft dat idee door zijn intrinsieke waarde aan kracht gewonnen. Het is overgekomen als beantwoordend aan een noodzaak. Voorstanders ervan hebben zich verenigd om het te propageren en het dieper te doen doordringen in de geest van de naties en ik geef toe dat ik tot die propagandisten behoor ...

Ik ben de mening toegedaan dat onder volken, die geografisch gegroepeerd zijn zoals het geval is voor de volken van Europa, een vorm van federale binding moet bestaan... Het is dat soort binding die ik zou willen verwezenlijken. Uiteraard zal de associatie vooral economisch actief zijn. Daar ligt het meest dringend probleem. Ik geloof dat terzake succes kan worden geboekt. Maar ik ben er ook van overtuigd dat op politiek en sociaal vlak de federale binding, zonder te raken aan de soevereiniteit van de naties die er deel van zouden uitmaken, weldadig kan zijn ...

De verstandhouding tussen Europese naties moet worden gegrondvest op de absolute soevereiniteit en de volledige politieke onafhankelijkheid. Is het niet dank zij de soevereiniteitsrechten dat de eigenheid van elke natie de kans krijgt om zich nog meer bewust te bevestigen in haar specifieke bijdrage tot de gezamenlijke onderneming, in een regime van federale Unie dat volledig in overeenstemming is met de eerbied voor de tradities en wezenskenmerken die elk volk eigen zijn ?

Nooit voordien was er een tijdstip meer geschikt, noch meer dringend voor het op het getouw zetten van een constructieve onderneming in Europa. De regeling van de belangrijkste materiële en morele problemen, die een erfenis zijn van de jongste oorlog, zal weldra Europa bevrijden van de last die het zwaarst drukte op zijn psychologie en niet minder op zijn economie. Vanaf nu lijkt het geschikt om een positief gerichte inspanning te doen die aan een nieuwe regeling beantwoordt. Dit is een beslissend moment, waarop een bekommerd Europa zelf over zijn eigen lot kan beschikken. Zich verenigen om te leven en voorspoed te kennen: ziedaar de onontkoombare noodzaak waarme van nu af aan de Europese naties worden geconfronteerd. Het ziet er naar uit dat de gevoelens van de volken zich terzake reeds duidelijk hebben geopenbaard. Vandaag is het aan de regeringen om hun verantwoordelijkheid op te nemen. Zo niet riskeren ze aan het particulier initiatief en wanordelijke ondernemingen de groepering over te laten van de morele en materiële krachten waarvan de collectieve beheersing hen toekomt en dit tot heil van de Europese gemeenschap en van de mensheid.