Europa ter discussie

"De Europeanen ruziën niet te hard, maar te zacht.
Wie staat nog voor welke ideeën?"

Etienne Dagvignon
in De Standaard van 22.10.2005

Bedoeling van EuropaDebat

1. Dit deel van de ESIC-website behandelt, in tegenstelling tot EuropaInfo, de thematiek van de Europese integratie vanuit een Europees federalistisch perspectief. Het is niet de bedoeling één specifiek alternatief te formuleren. Eerder zullen voorwaarden worden geformuleerd die kunnen bijdragen tot een optimaler concept voor de Europese integratie respectievelijk federatie.
Hierbij kunnen volgende vragen worden gesteld:

- Is het huidige concept van de Europese Unie aangepast en nog volledig?

- Beantwoordt het huidige concept aan de noden van het heden en de toekomst?

- Kan Europees federalisme beter aangepaste instrumenten aanreiken om het Europese project uitvoerbaar te maken en te optimaliseren in zijn uitvoering?


2. Een poging zal worden ondernomen om de discussie verder te tillen dan de gebruikelijke veralgemeningen, die inhoudelijk weinig bijbrengen.
Hierbij kunnen volgende vragen worden gesteld:

- Werden de Europees federalistische opvattingen voldoende scherp geformuleerd? (één enkele opvatting is niet nodig, noch wenselijk)

- Hoe de handicap van een onvoldoende nauwkeurig geformuleerd einddoel (finalité) overwinnen?

3. Een debat over de zin en de toekomst van de projecten van de Europese Unie
bevorderen.

- Werden de socio-economische doelstellingen van Europa, tegen de achtergrond van een grondig veranderde context, op een vernieuwende wijze geformuleerd?

- Werden de fundamentele vragen naar het democratisch karakter van de nieuwe Europese instellingen en de legitimatie van de beslissingen gesteld en beantwoord?

- Werd er voldoende rekening gehouden met voorspelbare toekomstige ontwikkelingen?

4. Dit debat vindt ook elders plaats. Toch wil de website van ESIC je een andere benadering brengen die je kan helpen de tegenstrijdige opvattingen te begrijpen en je helpen de 'problemen' te duiden in dit debat.

- Waarom zou de diversiteit in opvattingen geen verrijking van het politieke debat betekenen? Waarom mekaar negeren of ontwijken geen oplossing is?

5. Het thema van de Europese integratie is omvangrijk en complex. Vele vragen dienen te worden gesteld. Eén specifieke vraag krijgt uitzonderlijk één enkel antwoord.

- Waarom is de complexiteit van de vraag hoe de Europese Unie er in de toekomst moet uitzien een reden om het thema niet of onvoldoende te behandelen?

- Waarom zet de omvang van een thema niet aan tot méér interdisciplinair onderzoek waardoor de geldigheid van (voorlopige) conclusies kan vergroten?

- Waarom wordt vandaag het initiatief in de Europese Unie bijna exclusief overgelaten aan de Europese Raad, die zich bij zijn beslissingen vooral steunt op de kleinste gemene deler, nationale belangen en een korte termijnvisie?

6. Bij het vormen van een idee over het Europese project, zijn er verschillende benaderingen mogelijk die je standpunt bepalen. De benaderingen gaan telkens over de vraag: 'wat is belangrijk voor jouw?'

7. Het evolutief karakter van de Europese Unie is onmiskenbaar.

(De doelstellingen, o.m. geformuleerd in de preambules van de Europese Verdragen, werden almaar ruimer).

- Welke nieuwe samenwerkingsprojecten moeten er nog komen?

- Welke naam en opdracht(en) zou je die projecten geven?

8. Deze website zal meer vragen stellen dan beantwoorden. Het debat blijft hierdoor open. De inbreng van 'belangstellenden' (die reageren op de gestelde vragen) zal het debat verrijken, verdiepen en nuanceren.

9. De individuele reflectie kan geholpen worden door oplijstingen, referentiekaders, argumentaria, denkpistes, e.a.

- Oplijstingen kunnen de indruk wekken een dwingende structuur op te leggen. Het is eerder een poging tot verkenning.

- Deze schijnbare volledigheid laat de lezer toe te reageren (door het aanbrengen van nieuwe argumenten).
Betekenisvolle reacties zullen worden gepubliceerd in de website van ESIC.
Inzendingen richten aan: esic@skynet.be


10. Over methodologie wordt soms in het kort uitgeweid.

11. Doelpublieken van deze website:

- Geïnteresseerden volwassenen en jongvolwassenen.
- Leraren en docenten, leerlingen en studenten.
- Opinievormers en politici.
- Europese federalisten.


12. De intensiteit van de raadpleging kan sterk uiteenlopen:

- Zij die diepgaand willen worden geïnformeerd.
- Zij die een snelle inkijk of kennismaking wensen.

13. Geldigheid van de standpunten en redeneringen:

- De voorgestelde standpunten en redeneringen moeten als pogingen ter verduidelijking worden aanzien, niet als absolute waarheden.
- De geldigheid van de voorgestelde standpunten en redeneringen kan variëren naargelang tijd en omstandigheden.
- Met deze website wordt niet gepoogd een algemeen theoretisch kader of een ideologisch kader neer te zetten. Het is hoogsten een bescheiden en onvolledige aanzet in die richting.
- Het open karakter van deze website moet toelaten ook andere standpunten te horen en te confronteren.

 

Bedenkingen bij Europa ter discussie

De Europese eenmaking die voor de 'vaders van Europa' vanzelfsprekend was, staat heden wel eens meer ter discussie, althans bij een aanzienlijk deel van de bevolking van Europa.

'Europa' zou niet democratisch zijn, elke legitimiteit ontberen, een bemoeizieke bureaucratie, een asociaal neoliberaal complot en een ver-van-mijn-bed-show zijn. De voorstanders van de Europese integratie stellen daarentegen dat het Europese project als enige de transnationale gevolgen van de globalisering het hoofd kan bieden, de interne leefbaarheid van de Europese ruimte kan bevorderen, als enige kan bijdragen onze welvaart te vrijwaren, als enige voor vrede en welzijn in dit werelddeel kan zorgen en als enige Europa in staat kan stellen nog een rol van betekenis te spelen in de wereld. Dat is niet weinig. Is Europa hiervoor toegerust?

Wie heeft er gelijk? Is de kritiek terecht? Welke denkbeelden gaan er schuil achter de argumenten pro en contra? De voorstanders van de Europese integratie pleiten voor 'méér Europa' omdat de omstandigheden Europa dwingen zich aan te passen, en dit vooral door zijn 'zwaktes' weg te werken. Als de Europese leiders niet volgen, dreigen ze zeer dure afstraffingen te incasseren. Deze ontwikkeling is nieuw.

De uitgesproken tegenstanders verwijzen Europa naar het domein van de luchtspiegelingen. Hebben de tegenstanders de kostprijs van een niet-Europa al becijferd? Zij die het wel deden deinsden zeer snel terug voor de afbouw van het acquis. Maatschappelijk zou het opheffen van de Europese integratie grootschalige verarming, marginalisering en collectieve ontmoediging veroorzaken. Geenszins een schitterend vooruitzicht.

De laatste zestig jaar werd gekenmerkt door een lange reeks van crises in Europa. Telkens werd na elke crisis een oplossing gevonden, waardoor Europa met (zeer) kleine stapjes sterker werd. Zodoende werd aanvaard dat elke crisis in Europa ook een goede kant heeft. Deze crises waren vooral het gevolg van interne tegenstellingen. Een korte en onvolledige opsomming.

De afwijzing van de Europese Defensiegemeenschap in 1954, meningsverschillen over het Plan Fouché in 1962, de lege stoelpolitiek van De Gaulle in 1965, de eurosclerose in de jaren 1970, 'I want my money back' van Thatcher in 1980, het 'non-Europa' in het begin van de jaren 80, het verzet tegen het Verdrag van Maastricht in Frankrijk in 1992.

Recent was er de verwerping tijdens een referendum (mei 2006) in Nederland en Frankrijk van het ontwerpverdrag van grondwet voor Europa en moest de institutionele hervorming opnieuw ter hand worden genomen. Na veel aarzeling kwam er dan het Verdrag van Lissabon. Hierin werden vooral alle symbolen, die zouden kunnen verwijzen naar een Europese staat, verwijderd. Later verwierp Ierland, ook tijdens een referendum in mei 2008, het Verdrag van Lissabon (de opvolger van de ontwerpgrondwet). In oktober 2009 werd het Verdrag toch goedgekeurd door Ierland, nadat een aantal kleine toegevingen werden gedaan. De laatste ratificaties volgden snel en het Verdrag van Lissabon werd een feit op 1 december 2009. Deze institutionele hervorming heeft tien jaar gekost.

Telkens ging de discussie over die de vraag: 'welk Europa willen wij?'

De vaders van Europa hebben het formele antwoord hierop bewust open gelaten, omdat ze wisten dat er daarover geen eensgezindheid was. Nochtans hadden zij daarover wel een mening: het einddoel (finaliteit) zou een Europese federatie worden. Zo werd het ook verwoord in de verklaring van Robert Schuman van 9 mei 1950. Het onder één bestuur brengen van de Franse en Duitse productie van kolen en staal (Hoge Autoriteit voor Kolen en Staal) zou een gemeenschappelijke basis voor verdere economische ontwikkeling vormen, een eerste stap naar een Europese federatie.

De 'institutionalisten' waren ervan overtuigd dat de voortschrijdende economische en monetaire integratie 'fataal' zou leiden tot politieke integratie, en uiteindelijk tot een federaal systeem. Deze verwachting is nooit uitgekomen.

Het 'grote project', een Europese federatie via een grondwetgevende vergadering, zoals zich de Europese federalisten dat hadden voorgesteld werd voorlopig afgevoerd. Toch hebben zij in 1984 en 1996 de grote verdienste twee ontwerpen van grondwet te formuleren en die tot in het Europees Parlement te brengen. Het eerste ontwerp, dat er kwam onder de bezielende leiding van de Italiaan Altiero Spinelli werd er goedgekeurd. De nationale regeringen, in Europese Raad van ministers, negeerden nadien het voorstel van grondwet. Het tweede project, dat er kwam onder de enthousiaste leiding van de Belg Fernand Herman, kwam ook in het Europees Parlement, maar haalde er geen meerderheid. Spinelli en Herman waren beide gekende Europese federalisten.

In zestig jaar Europese integratie veranderden zowel Europa als de wereld aanzienlijk. Iedereen heeft er de mond van vol: de verandering was nooit zo snel en zo ingrijpend. Na WOII verliezen de Europese voormalige grootmachten snel aan invloed. De dekolonisatie en de Koude Oorlog hebben deze ontwikkeling versneld. De val van de muur van Berlijn in 1989 betekende het einde van een bi-polair machtssysteem in de wereld. Vijftien jaar lang zullen de VSA een unipolair machtssysteem kunnen handhaven. Daarna beginnen de groeilanden aan invloed te winnen, China op kop.

In 2000 zet de Europese Unie de Strategie van Lissabon voorop als middel om binnen de tien jaar de meest performante kennismaatschappij ter wereld te worden. Deze Strategie, zonder effectieve instrumenten, werd een spijtige mislukking. Tien jaar ging verloren aan een illusie die men niet onder ogen heeft willen zien. De nationale staten zouden, elk voor zich, die objectieven realiseren. Het tegendeel bleek waar, maar toch werden de juiste conclusies niet getrokken. De prijs van die verkeerde keuze voor Europa was zeer zwaar. Een stuk groei en een pak nieuwe jobs werden mislopen. En toch wordt hierover weinig gesproken. Het is haast geen voorwerp van politiek debat.

De eurozone, die effectief in werking trad in 2000, is een onvoltooid project. Enkel de monetaire pijler werd (ten dele) uitgebouwd. De economische pijler daarentegen werd helemaal niet ingevuld (hiervoor heeft Jacques Delors gewaarschuwd). Enkele lidstaten stelden de Strategie van Lissabon als alternatief. Deze Strategie had echter een ander macro-economisch doel: innovatie en ontwikkeling. Een gezamenlijk macro-economisch beleid streeft ernaar jobcreatie en groei te bevorderen. Gedurende tien jaar heeft de eurozone in de illusie geleefd dat het kon leven zonder macro-economisch beleid dat de coherentie van het economisch en monetair beleid in Europa mogelijk moest maken.

Drie crises, die als een kettingreactie optraden, hebben de structurele zwakte van het monetaire en het economische beleid voor Europa duidelijk gemaakt. De bankcrisis was de eerste brand. De nationale overheden hebben hun laissez-faire beleid zwaar moeten afkopen door de banken te helpen overleven. De economische crisis, die hiervan een direct gevolg was (de tweede brand), moest opnieuw met veel overheidsgeld worden bestreden. De zeer dure bankondersteuning en de economische stimuli hebben de overheidsfinanciën structureel verzwakt. Dat geldt zowel voor de 'sterke' als de 'zwakkere' economieën in Europa. De derde brand ontstond wanneer bleek dat verschillende eurozone landen hun overheidsschuld fout hadden beheerd. De PIIGS-landen kwamen als eersten in de gevarenzone terecht, als gevolg van de angst op de financiële markten dat een aantal eurolanden hun schulden niet meer zouden kunnen terugbetalen.

Tijdens het eerste semester van 2010 moesten bij hoogdringendheid, in verschillende stappen, verregaande maatregelen worden genomen onder de onhoudbare druk van de financiële markten. Deze druk zal zwaar blijven wegen zolang er geen 'definitief plan van ondersteuning van de euro' voorhanden is. Uitvoeringsbesluiten en een gemeenschappelijke wil (ook in de publieke verklaringen van de verantwoordelijken) zijn noodzakelijk om het vertrouwen in de eurozone te herstellen. Griekenland en Ierland kwamen feitelijk al onder curatele van de Europese Unie en van het IMF als tegenprestatie voor de ontvangen Europese en internationale hulp. Voor die landen breken harde tijden aan van verarming, economische stagnatie, hoge werkloosheid en sociale onrust. Wanneer komen Portugal en/of Spanje in de gevarenzone?

Voor het eerst sedert lang wordt er publiek verklaard dat er 'méér Europa' nodig is om gezamenlijk met de minste kleerscheuren uit die drie crises te komen. Hoe een welbegrepen eigenbelang ertoe bijdraagt om tot nieuwe inzichten te komen. Toch staan de genomen Europese maatregelen nog steeds niet in verhouding tot de noodzakelijke maatregelen.

De uitvoering van het Verdrag van Lissabon speelt sedert 1 december 2009 een belangrijke rol in Europa. Het Europees Parlement zag zijn medebeslissing in 40 domeinen toenemen. Ook de budgettaire bevoegdheid van het Europees Parlement (aan de uitgavenzijde) is evenwaardig aan deze van de Raad van ministers. De assertiviteit van het Europees Parlement nam recht evenredig toe, in die mate dat het Europees Parlement, in die domeinen waar het bevoegd is, de Raad een halt kan toeroepen en het ook effectief doet.

Budgettaire controle (inzake overheidsschulden), financieel toezicht (naar de financiële instellingen), de hervorming van de Europese begroting, de hervorming van het Europese landbouwbeleid, de oprichting van een Europees ministerie van Buitenlandse Zaken en de ontwikkeling van een buitenlands beleid, Europese militaire en civiele samenwerking zijn maar enkele van de belangrijkste onderwerpen die vandaag grondig moeten worden aangepakt door de Europese Unie. Louter intergouvernementele oplossingen zullen geen soelaas brengen. Méér Europa betekent eveneens de moed opbrengen, onder de druk van de feiten, om verder te durven gaan dan de communautaire methode, door de federale kenmerken van Europa te versterken. Enkel dan kan er sprake van een hoopvolle toekomst voor Europa.

De publieke opinie in Europa staat aan de zijlijn. Sommigen (relatief weinig in aantal) kijken goed toe wat er verandert. Voor de meeste Europeanen is Europa een non-event. Zij denken nog steeds dat de nationale of regionale overheden, de problematiek rond jobs en groei alleen kunnen oplossen. Niets is minder waar. Enkel een gezamenlijk en effectief macro-economisch beleid kan een oplossing aandragen. Deze evidentie kan maar moeilijk publiek worden aanvaard door de nationale beleidsvoerders. Deze afwijzing gelijkt hoe langer hoe meer op schuldig verzuim. Mogelijke extra groei en dito jobscreatie gaan aan Europa voorbij. Hoelang zal men dat politiek kunnen blijven verdedigen? Grote meningsverschillen onder de lidstaten over de toekomst van Europa blijven voorlopig een struikelblok. Is de formule van de versterkte samenwerking een oplossing? Tot op heden werd hierop weinig beroep gedaan.

Aanpassing en verandering enkel via de instellingen doorvoeren is onvoldoende. Die aanpassingen moeten ook worden uitgelegd aan de elite van Europa (niet enkel aan eurocraten). Een nieuw referentiekader van uitgangspunten, dat aangepast is aan het nieuwe tijdperk waarin Europa zich bevindt, moet er komen. Dit kader moet in de geesten van de beleidsvoerders en de elites van Europa worden opgenomen en geassimileerd. Dat betekent veel nieuwe concepten in zeer korte tijd. Eigenlijk had die aanpassing zich al sedert 1950 in de geesten moeten ontwikkelen. De publieke opinie loopt steeds achter. Een systematisch en grootschalig assimilatieproces moet hier op gang worden getrokken. In lidstaten waar de publieke opinie traditioneel Europa-afstandelijk is, zal dat zeer moeizaam verlopen.

In de scholen zal Europakunde en burgerzin degelijk ter hand moeten worden genomen. Individuele initiatieven zullen hier niet baten. Het publieke debat over Europa moet maximaal worden verruimd en zonder taboes werken, niets verzwijgen en het beleid voor Europa moet in het centrum van de belangstelling komen. Het debat moet vooral eerlijk worden gevoerd, zonder populisme of drogredenen die met schijnbaar rationele argumenten worden gepresenteerd.

De communicatie-inspanning over Europa moet een aantal belangrijke sporen volgen: media-volwassenen, politiek-volwassenen, onderwijs-opgroeiende kinderen, Europese instellingen naar media en opinievormers, media naar publieke opinie. Die vijf sporen moeten simultaan op volle toeren draaien. Europa is ons binnenland. Europa is onze identiteit. Europa is ons thuis. In Europa ligt onze toekomst. Europa is onze nieuwe laatste toeverlaat.